Boaz en Rachida

Boaz is 21 jaar oud en woont bij zijn ouders. Het lukt hem vooralsnog niet om werk te vinden. Hij is twee jaar geleden gestopt met zijn opleiding op het ROC. Intussen heeft hij een klantmanager toegewezen gekregen vanuit de afdeling Werk, Participatie en Inkomen. Maar Boaz kan niet goed met haar overweg. De klantmanager heet Rachida. Boaz geeft aan dat hij Rachida irritant vindt, want ze blijft maar praten terwijl ze iets typt op de computer. Laatst is hij zo boos geworden op Rachida, dat hij haar heeft uitgescholden en is weggelopen. Terwijl hij wegliep heeft hij een stoel hard omgeduwd.

Inmiddels is zijn uitkering stopgezet. Hij begrijpt niet waarom. De rekeningen lopen op en de eerste schulden bij de zorgverzekeraar en zijn telefoonprovider zijn een feit.

Rachida wilde Boaz helpen, maar voor haar leek het erop dat Boaz niet geholpen wilde worden.

Boaz krijgt via de WMO een begeleider en samen gaan ze aan de slag. Ze maken meteen een afspraak met Rachida. Tijdens dat gesprek vertaalt de begeleider de frustratie van Boaz. Hij is gefrustreerd omdat hem niet duidelijk is wat er van hem wordt verwacht. Ook vindt hij het vervelend dat Rachida alles intypt wat hij zegt. Hij weet niet wat ze met deze informatie doet. Hij begrijpt het nut niet van de gesprekken met Rachida.

Rachida legt aan Boaz uit waarom ze doet wat ze doet. De begeleider vertaalt de uitleg van Rachida voor Boaz. In korte zinnen legt de begeleider uit dat Rachida een verslagje van alle gesprekken moet maken en die bewaart in een dossier waar alleen zij in kan kijken. De volgende keer zal ze, wanneer ze typt tijdens de gesprekken, haar scherm draaien zodat Boaz kan meekijken als hij wil. Rachida wil Boaz helpen aan een passende dagbesteding. Ook wil ze een collega vragen om te helpen bij de oplopende schulden van Boaz. Rachida wilde Boaz helpen, maar voor haar leek het erop dat Boaz niet geholpen wilde worden.