Waar zitten de risico’s en hoe kunnen we die verkleinen?

Marijke Warris is trajectcoördinator bij Homerun Groningen/Drenthe, Forensische Zorg. Ze werkt negen jaar bij Humanitas DMH. Het team bestaat uit drie trajectcoördinatoren, drie trajectbegeleiders, twee gedragsdeskundigen en een teammanager.

‘Onbegrip maakt soms dat het snel uit de hand loopt’

‘Het is mooi om mensen een zo goed mogelijk leven te laten hebben, een leven waar zij zich goed bij voelen, en tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan de veiligheid van de maatschappij. Want dat is wat we doen met Homerun Forensische Zorg.

Het doel van onze hulp is het voorkomen van recidive, zorgen dat de cliënt geen contact meer heeft met justitie. Daarvoor doen we alles wat nodig is. We bekijken waar de risico’s zitten en wat er nodig is om de risico’s te verkleinen. Dat zit hem in praktische zaken: wat moet er acuut geregeld worden om het leven weer op te pakken na detentie? Denk aan financiën, verzekeringen en een woning. Maar ook in gedrag: we bieden bijvoorbeeld de behandeling agressieregulatie, we gaan in op: hoe ga je met mensen om, hoe ga je met tegenslagen om? Hierin werken wij intern intensief samen in de driehoek trajectbegeleider, trajectcoördinator en gedragsdeskundige.

We werken met een hele gevarieerde doelgroep, met verschillende achtergronden. Iedere cliënt heeft zijn eigen verhaal. Wel hebben al onze cliënten een IQ onder de 85. Ze zijn beïnvloedbaar en komen daardoor in situaties terecht waarin ze onder druk worden gezet of zich onder druk voelen staan. Ze overzien de gevolgen van hun gedrag vaak niet, en ze zien bijvoorbeeld in criminele activiteiten ook niet dat ze een schakel in het geheel zijn en dat zij degene zijn die in de problemen komen.

Natuurlijk moet de cliënt werken aan zijn manier van communiceren, maar het helpt soms ook als andere partijen begrijpen waar het vandaan komt en het in perspectief kunnen plaatsen.

Mensen met een licht verstandelijke beperking worden vaak overvraagd door de maatschappij, ze overzien situaties vaak niet, raken daar gestrest van en uiten dat bijvoorbeeld in agressief gedrag. Verslaving of persoonlijkheidsproblematiek speelt soms ook een rol in die reactie. Ik vind het ook een taak van ons om daarvoor begrip te kweken bij de buitenwereld. Onbegrip maakt soms dat het snel uit de hand loopt. Denk aan iemand die grove taal in de mond neemt, en daardoor agressief overkomt. Natuurlijk moet de cliënt werken aan zijn manier van communiceren, maar het helpt soms ook als andere partijen begrijpen waar het vandaan komt en het in perspectief kunnen plaatsen. Het is vaak geen onwil, maar onkunde. Onze taak is ook om onze expertise op het gebied van lvb te delen.

We stemmen veel intern en extern af om goede zorg te leveren. Intern is er structureel overleg met de gedragsdeskundigen en collega’s. Extern stemmen we af met de reclassering en andere behandelpartners zoals de GGZ, verslavingszorg en bewindvoering. En vergeet niet het netwerk van de familie en vrienden. Dat speelt vaak een belangrijke rol in het voorkomen van recidive.

We bieden nu steeds vaker hulp als de cliënt nog in de penitentiaire inrichting of kliniek verblijft. Daarnaast zijn wij medeorganisator van het forensisch forum in Groningen, een groot congres met ketenpartners uit het forensische werk.’